Ontroerend Requiem van Mozart (BN/De Stem, 6 november 2006)
Door: Thijs Bonger

Maandag 6 november 2006 - In Salzburg twijfelde men destijds ernstig of Mozarts jeugdwerken wel echt van hem waren. Hoe groot was het aandeel van vader Leopold? Men nam de proef op de som.
De 11-jarige Wolfgang kreeg een libretto en werd enige tijd opgesloten. Met het resultaat daarvan opende het Concertkoor Breda gisteren in een goed gevulde Grote Kerk. De langzame inleiding van deze Grabmusik KV 42 was zo weggelopen uit een werk van Bach, de snelle basaria daarna vertoonde al de typische vroege Mozart-trekjes met vaak driftig borstelende strijkers. Mozart maakt het de vocalist niet makkelijk, hij stuurt hem in hoog tempo door alle registers. In de laagte klonk Marc Pantus goed, in de hoogte soms wat rafelig, alsof hij verkouden was. Bovendien waren hij en het orkest het niet altijd eens over de timing. Het aanpassen aan de akoestiek van een kerk vol absorberende mensen speelde waarschijnlijk ook een rol
Sopraan Maaike Poorthuis zong een smartelijke aria met heldere stem en veel expressie. Een enkele keer kostte het halen van een hoge noot haar zoveel krachtsinspanning, dat hij te veel nadruk kreeg.
Met de Litaniae Lauretanae (KV 195) kwamen we in de wereld van de ?rijpe? 18-jarige Mozart. Toen had hij al lang ontdekt hoe hemels een vocaal kwartet kan klinken. Vooral als de vocalisten werken aan een gezamenlijke klankkleur en dat deden ze gisteren graag en goed. De muziek kreeg iets instrumentaals en individuele kwaliteiten - en gebreken- van de solisten verdwenen naar de achtergrond.
Ook in het Requiem na de pauze was te merken hoe Marc Pantus floreerde in het vocalistenkwartet. Tenor Fabio Trümpy nam - ook solistisch - met veel gemak schallend al Mozarts vocale hindernissen. Alt Regula Boeninger bleef zozeer verborgen in het kwartet dat het moeilijk was haar individueel te beoordelen. De trekjes die ik hoorde, klonken warm. Op het Requiem hadden koor en orkest duidelijk erg hard gestudeerd. Ze zongen partijvast en zuiver. Wel verwachtte ik soms wat meer volume uit zoveel kelen. Echt los kwamen ze pas in het Lacrimosa en het Sanctus; toen werd er ook minder beschaafd gezongen en dat mocht best. Jammer was dat de trombone in het Tuba Mirum Marc Pantus bijna van de sokken blies. Maar het rotsvaste dirigeren van Geert van den Dungen stond alles bij elkaar garant voor een ontroerende uitvoering van Mozarts grandioze Requiem.